We staan in de haven van Fanø te wachten op de veerboot naar Esbjerg. Aan de overkant zullen we straks worden opgewacht door vier ‘ Mannen aan de Zee’. Een 9 meter hoge sculpturengroep gemaakt van wit beton, die vier zittende mannen portretteert die uitkijken over het water van de Waddenzee.

De beelden zijn in 1994 gemaakt door beeldhouwer, schilder en graficus Svend Wiig Hansen ter gelegenheid van het honderd -jarig bestaan van de stad. In de zomermaanden zijn de beelden de belangrijkste reden om Esbjerg te bezoeken. Alle andere seizoenen is het hier stil, hoor je hoogstens het zoeven van autobanden over het natte wegdek, op weg naar de boot richting Fanø.
Den Helder
Ik haal een Groene Amsterdammer uit mijn tas, waarin een interessant artikel van Martijn Keppel over Esbjerg. Ik blijk niet de enige die de overeenkomsten tussen Fanø en Den Helder zijn opgevallen. ‘In Denemarken rijdt de trein niet verder naar het westen dan tot Esbjerg, zoals in de Kop van Noord-Holland het spoor ophoudt bij Den Helder. De twee plaatsen zijn ongeveer even groot en liggen allebei op de plek waar Noord- en Waddenzee vermengen. Fanø is het noordelijkste bewoonde Waddeneiland, Texel het zuidelijkste, al is Fanø bijna tien keer zo klein. Esbjerg en Den Helder voelen zoals alleen dit soort plaatsen kunnen voelen. Desolaat, haast akelig efficiënt, volgebouwd door kille industrie en bewoond door noeste arbeiders die gedijen bij traditie. En het waait, altijd.’
Visserij
Ook is Esbjerg net als Den Helder een stad die permanent onderhevig is aan verandering. In een nog niet eens zo heel ver verleden was voor beide steden de visserij een belangrijke reden van bestaan. In het recordjaar 1972 ving de vissersvloot van Esbjerg 33.000 ton vis en was een derde van alle inwoners van Esbjerg afhankelijk van de industriële visserij. Niemand had voorzien dat de wereld er kort daarna heel anders uit zou zien. De visvangst liep terug. Als reactie hierop voerde Brussel na jaren van gesteggel het gemeenschappelijk visserijbeleid in om te voorkomen dat de zeeën uitgeput zouden raken. Vissers werden onderworpen aan scherpe controles, kregen quota opgelegd en moesten technische aanpassingen doen aan hun schepen. Was Esbjerg in 1968 met zeshonderd kotters de grootste vissershaven van Denemarken, tegenwoordig ligt er alleen nog een enkele museumboot in de haven. In Den Helder hielt de visserij het iets langer vol, maar ook hier behoort de visserij goeddeels tot het verleden. Het verbod op de pulsvisserij en de stijgende energieprijzen hebben veel van de overgebleven vissers de das om gedaan, in 2022 viel definitief het doek voor de Helderse visafslag.
Fossiele industrie
Dat Den Helder desalniettemin nog steeds een belangrijke haven is, is niet alleen te danken aan de Koninklijke Marine, maar ook omdat de haven zich mede dankzij het naastgelegen Den Helder Airport transformeerde tot een belangrijke uitvalsbasis voor de off-shore industrie op zee. Olie en gas uit de Noordzee bleek veel meer op te brengen dan dan vis. Op hetzelfde moment werden ook op tweehonderd kilometer ten westen van Esbjerg olie- en gasvelden ontdekt onder de zeebodem. De Deense overheid wilde vanwege de oliecrisis in de jaren zeventig graag zelfvoorzienend zijn, de daaropvolgende jaren werd daarom een netwerk van pijpleidingen over de bodem getrokken die gebundeld aan land kwamen in Esbjerg. Vanaf dat moment nam de fossiele industrie ook in Esbjerg de plek van de visserij in.
Esbjerg verklaring
Inmiddels is het besef doorgedrongen dat ook het fossiele tijdperk eindig is en staan zowel Den Helder als Esbjerg aan de vooravond van een volgende transitie. Den Helder wordt waarschijnlijk een van de plekken waar de energie van de Nederlandse windmolenparken op de Noordzee aan land gaat komen en die nieuwe geplande windmolenparken moeten natuurlijk ook worden gebouwd en onderhouden. Voor de kust van Esbjerg, voorbij Fanø, moeten binnen een decennium twee energie-eilanden verrijzen. Een energie-eiland is in feite een groot stopcontact. Het eiland wordt met enorme stalen kabels op de zeebodem verbonden met meerdere windmolenparken, zodat de energie op een centrale plek kan worden opgeslagen en gedistribueerd. Bij een overschot wordt water door middel van elektrolyse omgezet in waterstof. De twee energie-eilanden zullen samen meer energie opwekken dan Denemarken nodig heeft, waardoor ook aan buurlanden elektriciteit kan worden geleverd. De eilanden voor de kust van Esbjerg zullen in ieder geval elektriciteit leveren aan Duitsland, België en Nederland. Drie maanden na het begin van de oorlog in Oekraïne kwamen minister-president Mark Rutte, de Duitse bondskanselier Olaf Scholz, de Belgische premier Alexander De Croo, de Deense minister-president Mette Frederiksen en voorzitter Ursula von der Leyen van de Europese Commissie bijeen in de haven van Esbjerg voor een top over de rol van Noordzeewind in de Europese energietransitie. Ze tekenden de Esbjerg Verklaring, een akkoord om van de Noordzee een groene energiecentrale te maken met in de ondiepere delen nog veel meer energie-eilanden. Klinkt goed allemaal. We zijn naarstig op zoek naar nieuwe en schone energiebronnen. En windmolens op zee -wat je niet ziet bestaat niet- leveren minder weerstand op dan windmolens op land. Mooi ook als we de werkgelegenheid in havens als Esbjerg en Den Helder weten te behouden.
Zorgen
Maar toch, wat doet dit alles met het Waddengebied? Het leeuwendeel van de windmolenparken komt weliswaar niet in de Waddenzee maar in de Noordzee, er wordt ondertussen wel gewerkt aan ‘energie eilanden’ voor de kust Fanø, vanwaar de stroom vervolgens verder moet worden getransporteerd naar het vaste land. We weten van vergelijkbare situaties in het Nederlandse Waddengebied inmiddels dat het leggen van dergelijke kabels zeer ingrijpend is. Het ministerie had plannen om dwars door de beschermende Waddenzee en dwars door het oostelijk deel van Schiermonnikoog op een diepte van acht meter een kabel te laten aanleggen om stroom vanaf een nieuw windpark op de Noordzee naar de Eemshaven op het vasteland te transporteren. Een voor de natuur minder schadelijk tracé zou ‘technisch te uitdagend zijn’. Dankzij protest van natuurorganisaties, de gemeente en de bewoners van Schiermonnikoog wordt de situatie opnieuw bekeken, maar duidelijk is dat het Waddengebied van Den Helder tot Esbjerg door alle ontwikkelingen rond wind op zee meer en meer in de verdrukking dreigt te komen. Terwijl de veerboot de haven binnenloopt laat ik al die nieuwe ontwikkelingen nog eens door mijn hoofd spoelen. Alles moet anders worden, als we willen dat alles blijft zoals het is, aldus het wereldberoemde citaat uit ‘De Tijgerkat’ van Giuseppe Tomasi di Lampadusa. Maar kan alles wel blijven zoals het is, en zo ja, wat is de prijs die we bereid zijn hiervoor te betalen?
Een ongeduldige automobilist drukt driftig op zijn claxon wanneer later aangekomen auto’s eerder de veerpont op mogen rijden. De jonge vrouw die het verkeer in goede banen leidt haalt haar schouders op en schenkt hem een stralende glimlach. Misschien ook maar niet te veel tobben denk ik,’… Everything will be fine when the lady smiles… ‘

